Klachtenpatroon

De pectus excavatum kan grote invloed hebben op het leven van een pectuspatiënt. Zowel de pectus excavatum- als de daardoor ontstaande klachten kunnen, naarmate de jaren vorderen, sterk toenemen. Dit verschilt echter per patiënt en is daarom soms moeilijk vast te stellen.
Het mentale klachtenpatroon bestaat voornamelijk uit psychische problemen als schaamte en verminderd zelfvertrouwen. Hierdoor kunnen met name kinderen en adolescenten (in de puberteit) zich gaan afzonderen van leeftijdsgenoten, vrienden en ouders. In veel gevallen weet men niet precies wat er afwijkt aan de borstkas, behalve dat er een kuiltje in de voorkant blijkt te zitten. De onwetendheid en schaamte versterken het effect zich te verschuilen voor anderen.
Onderstaande tabel geeft hoog scorende mentale klachten van pectuspatiënten boven de 11 jaar weer. Veel patiënten hebben wel eens- tot vaak te kampen met deze klachten en creëren mogelijk een verkeerd zelfbeeld. Dit beeld is negatiever dan in werkelijkheid het geval is.

 


 

Toch lijkt het probleem rondom de invloed van een pectus excavatum niet enkel tot uiting te komen aan de buitenkant van de thorax. Binnenin vormt de thoracale aandoening vaak nog veel grotere problemen. Hierbij ontstaat een somatisch klachtenpatroon, die als een spinnenweb in elkaar geregen lijkt te zijn.
Vooral de lichamelijke klachten spelen bij veel patiënten een grote rol omdat deze naarmate de jaren toe kunnen nemen en niet zozeer van een specifieke leeftijdsfase afhankelijke is. Nochtans zijn er veel artsen ( en ook pectuschirurgen) die de pectus excavatum (willen) blijven zien als een cosmetische aandoening die eigenlijk alleen maar psychische klachten met zich mee kan brengen. Toch heeft het overgrote deel van de patiënten lichamelijke klachten, en vinden zij deze veel zwaarder wegen dan de eventuele psychische klachten.
Uit mijn onderzoeksproject blijkt dat van de 56 deelnemers er 43 klachten hadden, waarvan 93% (mannen) en 94% (vrouwen) aangaf alleen lichamelijke klachten te hebben en maar 7 à 8% van alle deelnemers met klachten had te maken met enkel psychische- óf zowel psychische- als lichamelijke klachten.
De klachten die meerdere keren zijn genoemd:
  • Kortademigheid in rust en tijdens lichte inspanning (48%)
  • Hartkloppingen (36%)
  • Steken in de borstkas (31%)
  • Langdurige, bijna chronische vermoeidheid (26%)
  • Drukkend en/of klemmend gevoel in de borstkas (26%)
  • Schaamte (14%)
  • ( Af en toe) schurend gevoel in de borstkas tijdens ademhalen (13%)
  • Vaak rugpijn (13%)
  • (Spier)pijn rond het borstbeen (10%)
  • Duizeligheid (7%)
  • Slaapproblemen (7%)
Verder gaf 7% van de deelnemers met klachten aan dat de klachten erger werden wanneer ze een bepaalde houding aannamen.
Daarnaast komt een souffle (hartruis) vaak voor, maar dit kan niet met het menselijk oor ( zonder stethoscoop) te horen zijn waardoor veel patiënten vaak ook niet weten dat ze een hartruis hebben. De souffle ontstaat meestal doordat het borstbeen het hart wat indrukt. Hierdoor kan het hart gaan vervormen en zich verplaatsen ( vaak naar de linkerkant van de borstkas), met als gevolg dat de hartkleppen niet goed meer sluiten en er een ruisje te horen is.
Veel pectuspatiënten hebben te kampen met (chronische) vermoeidheid, kortademigheid en verminderd uithoudingsvermogen. Deze drie klachten zijn regelmatig verbonden aan een prolaps (verzakking) een hartklep.
Onderstaande illustratie geeft een doorsnede van het menselijk hart weer. Het hart ligt recht achter het sternum (borstbeen), met een zeer kleine afwijking naar de linkerkant van de thorax. Voor de prolaps van de mitralisklep kijken we naar de klep tussen de linkerkamer en -boezem. Voor een duidelijke weergave is de plek van de besproken klep uitvergroot. Zo is rechtsboven de mitralisklep in normale toestand te zien.
De bloedstroom zal niet voorbij de klep komen als deze is gesloten. Bloed zal dus niet ongecontroleerd van de linkerboezem naar linkerkamer kunnen stromen. Rechtsonder is de mitralisklep weergegeven als er sprake is van een prolaps. De beide klepjes sluiten niet goed meer op elkaar aan, waardoor de bloedstroom gemakkelijk(er) van de hartboezem naar hartkamer zal stromen.

 

Op onderstaande CT-scans ziet u bijvoorbeeld dat het hart op de linker CT-scan een vreemde, geen mooie ronde vorm heeft en behoorlijk naar links ( rechts op de foto) is verplaatst. Als u dit vergelijkt met de rechter CT-scan, waarop een normale borstkas is te zien, ziet u hoe het hart eruit hoort te zien en vrij ligt in de borstkas. Bij de linker CT-scan wordt de rechterboezem- en kamer flink platgedrukt. Het gevolg hier van kan zijn dat bloed vanuit de rechterkamer kan terugstromen naar de rechterboezem aangezien de hartklep daartussen (tricuspidalisklep) niet goed meer sluit. De arts zal in dit geval een ruis door de stethoscoop horen. Maar ook een prolaps (verzakking) van de mitralisklep (hartklep tussen linkerboezem en -kamer) zal een souffle te horen geven.
Een andere reden voor het ontstaan van een prolaps (in combinatie met een pectus excavatum) aan een van de kleppen kan het gevolg zijn van een bindweefselaandoening als het Marfan- of Ehlers-Danlossyndroom.

 

 

Publicaties

David C. Dugdale, III, MD, Professor of Medicine, Division of General Medicine, Department of Medicine, University of Washington School of Medicine; and Denis Hadjiliadis, MD, Assistant Professor of Medicine, Division of Pulmonary, Allergy and Critical Care, University of Pennsylvania, Philadelphia, PA. Also reviewed by David Zieve, MD, MHA, Medical Director, A.D.A.M., Inc.

Einsiedal & Clausner (1999)

Robinson LK, Fitzpatrick E (2007). “Marfan syndrome.” Kliegman RM, Behrman RE, Jenson HB, Stanton BF. Nelson
Textbook of Pediatrics. 18th edition. Saunders Elsevier; 2007:chap 700.

Medical Powerpoint Presentations (2010)

Maatschap Chirurgie Kennemer Gasthuis.